bevalling en erna

Na al die maanden zwangerschap nadert misschien wel het meest bijzondere moment uit je leven: de bevalling! Zowel voor de bevalling als voor de periode erna moet je een hoop regelen. Denk bijvoorbeeld aan het bepalen waar je wilt bevallen, het voorbereiden van het kraambed, het regelen van kraamzorg en geboorteaangifte doen. Dat zijn een hoop dingen om over na te denken. Lees je daarom goed en op tijd in. Wij helpen je een handje. Op deze pagina vind je alle informatie die je nodig hebt om je goed voor te bereiden op de bevalling en de kraamtijd.

WAT MOET JE REGELEN

Ziekenhuis- of thuisbevalling
De eerste stap die je moet zetten is bepalen waar en hoe je het liefst wilt bevallen. Vanaf de 37e zwangerschapsweek mag je thuis bevallen. Ben je gezond en zijn zowel je huidige als eventuele vorige zwangerschappen zonder complicaties verlopen, dan kun je met een gerust hart thuis bevallen. Kies je ervoor om in het ziekenhuis te bevallen (een poliklinische bevalling), dan raden we je aan je daar ruim op tijd in te schrijven. Tot slot kun je er ook voor kiezen om een badbevalling te doen. Dat kan in het Geboortecentrum Sophia, Maasstad Ziekenhuis en in het Ikazia Ziekenhuis. Je kunt bij hen ook een bevalbad huren voor thuis. Zowel bij een thuisbevalling als bij een poliklinische bevalling is jouw eigen verloskundige aanwezig. Zij zal de bevalling begeleiden.

Kraampakket
Kies je voor een thuisbevalling, zorg dan dat vanaf je 37e zwangerschapsweek het bed al op klossen staat, je kraampakket (de spullen die je nodig hebt tijdens de bevalling) al in huis is én er een tas met spullen klaarstaat voor als je plots toch naar het ziekenhuis moet. Zo voorkom je stressvolle situaties op het laatste moment.

Pijnbestrijding
Het soort bevalling heeft invloed op de eventuele pijnbestrijding tijdens de bevalling. We onderscheiden twee soorten pijnbestrijding: medicatie (ruggenprik; remifentanil via een zelftoedieningspompje; lachgas; pethidine, door middel van een injectie in bovenbeen of bil) en alternatieve middelen (accupunctuur, hypnose, aromatherapie, waterinjecties, acupressuur, geboorte-TENS). Medicatie is alleen mogelijk bij een ziekenhuisbevalling; alternatieve pijnbestrijdingsmiddelen zowel bij een ziekenhuis- als thuisbevalling. Kies je voor medicatie, controleer dan vooraf of dit door jouw zorgverzekeraar wordt vergoed, zodat je niet voor verrassingen komt te staan. Voor meer informatie over pijnbestrijding verwijzen we je ook graag naar de folder van de KNOV.

Babyuitzet
Heb je besloten hoe je wilt bevallen, dan moet je daarna ook nog een en ander voor je baby regelen. Die zal namelijk kleertjes en spulletjes nodig hebben voor de eerste dagen na de bevalling. Denk aan rompertjes, broekjes, truitjes, sokjes, spuugdoekjes en luiers. Maar ook een badje, drinkfles, kammetje, dekentje en kruik met kruikenzak mogen niet ontbreken. Voor jouw gemak hebben we alle benodigdheden onder elkaar gezet in een overzichtelijke paklijst voor de babyuitzet.

TIP: koop zelf niet te veel babykleertjes. Vaak krijg je in het begin veel kleding cadeau, en het zou zonde zijn als jouw snelgroeiende baby niet alles kan dragen.

HET KRAAMBED

Kraamverzorg(st)er
Na de bevalling is er de eerste acht dagen een kraamverzorgster bij jullie in huis om te helpen in het huishouden en om de baby te verzorgen. Ze controleert of het goed gaat met moeder en baby en legt uit hoe je borst- en flesvoeding moet geven, zodat jij en je partner het straks zelf kunnen doen. Wil je alvast meer lezen over borst- en flesvoeding, het aanleggen van de baby of eventuele hulp van een lactatiedeskundige? Kijk dan hieronder bij het onderdeel borst- of flesvoeding.

Ook als je bij een gynaecoloog loopt, heb je na de bevalling een kraamverzorgster nodig die het welzijn van jou en je kind in de gaten houdt. Heb je nog geen kraamzorg geregeld, neem dan gerust contact met ons op. Wij kunnen je helpen om je kraambed zo ontspannen mogelijk te laten verlopen.

Wil je de eerste dagen na de bevalling liever nergens over nadenken? Dan kun je er ook voor kiezen om de eerste dagen na de bevalling door te brengen in een kraamhotel: daar is dag en nacht een kraamverzorgster aanwezig om voor jou en de baby te zorgen. Kijk voor meer informatie hierover op de pagina Handige sites en links.

Hielprik
Hebben jullie ervoor gekozen om een hielprik bij de baby uit te voeren, dan komt de verloskundige daarvoor langs op de 3e dag na de geboorte. Mocht er een tweede hielprik nodig zijn, dan volgt deze binnen de twee weken daarna. Door middel van deze hielprik wordt de baby onderzocht op 19, meestal erfelijke, aandoeningen. Het is niet verplicht om de hielprik uit te laten voeren, maar we raden het je wel aan. Hoewel de aandoeningen niet zijn te genezen zijn ze vaak wel te behandelen, bijvoorbeeld met medicijnen of een dieet. Hoe eerder we weten dat de baby een ziekte heeft, hoe beter we hem kunnen behandelen. Meer informatie over de hielprik vind je op de site van het RIVM en de site van het ErfoCentrum.

Gehoortest
Tot slot wordt na de bevalling bij jullie baby een gratis gehoortest afgenomen om afwijkingen aan het gehoor op te sporen. Binnen twee weken na de geboorte krijgen jullie een brief met daarin een datum waarop jullie worden verwacht op het consultatiebureau. Hoe gaat de test in zijn werk? Er wordt een dopje in het oor van de baby geplaatst waarmee geluiden het oor in worden gezonden. Als het oor van de baby reageert, door geluidjes terug te zenden, dan is het gehoor gezond. De baby merkt niets van dit gefriemel in zijn oor. De test duurt ongeveer vijf minuten en wordt afgenomen door het Centrum voor Jeugd en Gezin.


BORST- EN FLESVOEDING

Borstvoeding geven betekent een goede start voor je kind. Uit onderzoek blijkt namelijk dat moedermelk een gezonde groei en ontwikkeling van de baby bevordert, de baarmoeder sneller helpt herstellen en de kans op botontkalking, allergieën, eierstok- en borstkanker vermindert. Bovendien zijn kinderen die uitsluitend moedermelk hebben gedronken minder vaak en minder ernstig ziek dan kinderen die gemengde voeding of alleen kunstvoeding hebben gekregen. Het geven van borstvoeding is dus goed voor zowel moeder als kind!

Kunstvoeding
Desondanks is het niet voor alle moeders weggelegd om borstvoeding te geven, bijvoorbeeld omdat zij vanwege stress of medicijnen onvoldoende melk produceren, de baby te vroeg is geboren of de moeder ziek is. In dit geval is kunstvoeding een goed alternatief. Sommige moeders kiezen zelfs bewust voor kunstvoeding omdat zij liever geen borstvoeding geven. Bij het gebruik van kunstvoeding zal de verloskundige je adviseren over de hoeveelheid voeding, want net als borstvoeding moet ook flesvoeding rustig worden opgebouwd.

Stuwing
Ga je borstvoeding geven, dan is het belangrijk dat die snel en goed op gang komt. Zo voorkom je namelijk ernstige stuwing: de overproductie van melk in de borsten waardoor ze zwaar worden en er pijnlijke druk op komt te staan. Geef de baby daarom binnen 1 of 2 uur na de bevalling de eerste borstvoeding en probeer de baby de dagen erna zoveel mogelijk te laten drinken, het liefst zo’n 8 à 12 keer per dag. Door de borsten regelmatig goed leeg te laten drinken zal de stuwing verminderen en binnen 1 à 2 dagen verdwijnen.

adult-affection-baby-1667578.jpg

Aanleggen
Hoe leg je de baby goed aan? Zorg dat je prettig en ontspannen ligt of zit. Breng de baby met zijn neus ter hoogte van de tepel. De baby moet met zijn hoofd en lichaam op één lijn met zijn buik tegen je aan liggen, zodat hij zijn nek niet hoeft te draaien bij het happen naar de tepel. Steun je borst eventueel met een open hand. Strijk met je tepel langs zijn lippen, dan zal hij zijn mond wijd openen en zijn tong een beetje uitsteken. Zorg dat hij met zijn mond de tepel en een gedeelte van de tepelhof in zijn mond neemt (soms moet hij een paar keer happen voordat dit lukt). Hoe weet je of de baby de tepel goed in zijn mond heeft? Als zijn lippen naar buiten zijn gekruld, zijn tong onder de tepel is en je hem regelmatig hoort slikken. Onthoud dat een trekkend gevoel normaal is bij het geven van borstvoeding, maar pijn niet: dat is een teken van foutief aanhappen/aanleggen.

De baby zal beginnen met oppervlakkig zuigen in een snel ritme, afgewisseld met korte pauzes. Zo wekt hij de toeschietreflex op. Dit kan de eerste dagen wat vervelend voelen, omdat je melkproductie nog niet volledig op gang is. Zodra de melk stroomt, zal dit veranderen. Dan zie je dat de baby grotere slokken neemt, zijn hele kaak beweegt en kun je hem horen slikken. Aan het einde van de voeding verandert het zuigritme en worden de pauzes langer. In plaats van grote kaakbewegingen maakt de baby nu alleen bewegingen met zijn mond. Wil jij zelf even pauze en de voeding onderbreken, trek dan nooit de baby van de borst maar duw voorzichtig je pink in de mondhoek van de baby. Dan laat hij vanzelf de borst los. Hetzelfde geldt als de baby verzadigd is: dan valt hij in slaap en laat hij automatisch ook de borst los.

Kolven
Je kunt er ook voor kiezen om te kolven: je eigen melk als het ware aftappen en via de fles geven aan de baby of bewaren voor later. Verse melk kun je als volgt bewaren:

  • Opgewarmd: 1 uur

  • Op kamertemperatuur (18 graden): 5 -10 uur

  • In een koelkast van 5 graden: 5 dagen

  • In een vriezer van -15 graden: 3 tot 6 maanden

  • In een vriezer van -20 graden: 6 tot 9 maanden

Lactatiekundige
Tijdens de kraamweek word je door de kraamverzorgster en verloskundige geholpen bij het aanleggen van de baby. Toch kan het zijn dat deze hulp niet voldoende is en het geven van borstvoeding niet lukt. In dat geval kan onze praktijk, die het borstvoedingscertificaat heeft van de WHO, een lactatiekundige inroepen: iemand die gespecialiseerd is in het geven van borstvoeding. Op deze manier hopen we voor een goede start van het nieuwe gezin te kunnen zorgen.

Het je last van tepelkloven, dan komt dat hoogstwaarschijnlijk door foutief aanhappen/aanleggen. Vraag in dit geval de kraamverzorgster, je partner of een familielid om hulp bij het aanleggen. Je kunt kloven verhelpen door na de borstvoeding de tepel eerst goed te laten drogen voordat je de bh weer aandoet. Het helpt soms ook om de tepel voor het drogen in te smeren met een druppel borstvoeding. Ook kun je Mothermates, Bepanthen, Purelan en tarwekiemolie proberen.

Extra vitamine
Tot slot adviseren wij zowel de baby als moeder om dagelijks extra vitamine D te slikken, totdat de borstvoeding stopt. Deze vitamine helpt het lichaam namelijk om calcium uit voeding te halen, wat noodzakelijk is voor sterke en groeiende botten. De dosering vitamine D voor baby’s verschilt per merk. Kijk daarvoor op de verpakking.

Moeders kunnen in plaats van vitamine D ook zwangerschapsvitamines slikken, die voldoende vitamine D bevatten en tijdens de borstvoedingsperiode extra reserves geven. Let op: slik deze vitamine wel pas vanaf de achtste dag na de geboorte. Daarnaast adviseren wij moeders die borstvoeding geven om hun baby vanaf de achtste dag ook vitamine K te geven. Deze vitamine draag bij aan een goede bloedstolling en botstofwisseling. Ook de dosering van vitamine K verschilt per merk en staat op de verpakking aangegeven. Geef je kunstvoeding via de fles, dan is vitamine K al verwerkt in de voeding en hoef je de baby geen extra vitamine K te geven. Geef dan alleen extra vitamine D totdat je kindje vier jaar wordt.


geboorteaangifte

Nadat jullie baby geboren is, rest jullie nog één belangrijke taak (wel meer, maar deze heeft dan prioriteit): de geboorteaangifte. De baby moet binnen drie dagen na de geboorte worden aangegeven bij het gemeentehuis van de stad waarin hij is geboren (bij feestdagen en/of weekend wordt deze periode verlengd met twee werkdagen). Dat kunnen jullie zelf doen, maar mogen jullie ook laten doen door iemand die bij de bevalling aanwezig was. Om zeker te zijn van een afspraak, is het verstandig om van tevoren een afspraak te maken bij de gemeente.

baby-bed-birth-266039.jpg

Achternaam
Zijn jullie getrouwd of hebben jullie een geregistreerd partnerschap, dan krijgt de baby altijd de achternaam van de vader. Is bij jullie van beide geen sprake, maar willen jullie wel dat de baby de achternaam van de vader krijgt, dan is het verstandig om voor de 24e zwangerschapsweek de erkenning van de ongeboren baby te regelen bij de gemeente. Je geeft dan aan wie de ouders zijn van het kind en welke achternaam het kind moet krijgen. Doen jullie dit niet, dan krijgt de baby in dit geval automatisch de achternaam van de moeder. 

Vergeet tot slot ook niet jullie kindje aan te melden bij je zorgverzekeraar. Dit kan vaak telefonisch, de officiële inschrijving volgt dan later.


MISKRAAM

Jammer genoeg gaat niet elke zwangerschap goed. Als er tijdens de bevruchting iets fout gaat, kan de zwangerschap eindigen in een miskraam. In Nederland eindigt jaarlijks 1 op de 10 zwangerschappen in een miskraam (ongeveer 20.000). Hoe ongelukkig een miskraam ook is, onthoud dat een miskraam een natuurlijke oplossing is voor iets wat fout ging bij de bevruchting. Dit is meestal een afwijking in het erfelijke materiaal die toevallig is ontstaan bij de bevruchting van de eicel.

Er is sprake van een miskraam als je zwangerschap eindigt in de eerste 16 weken: het betekent dat een niet-levensvatbare vrucht is gestopt met groeien en door je baarmoeder wordt afgestoten. Je merkt dit meestal aan het gevoel alsof je ongesteld wordt, dat gepaard gaat met bloedverlies en buikpijn. Maar soms merk je zelf niets en wordt tijdens de eerste echo pas ontdekt dat er geen kloppend hartje is.

Ben je bang voor een miskraam? Besef dan dat een miskraam een ingreep van de natuur is die jij als mens niet kunt voorkomen. Hoe gezond je ook leeft. Tijdens een miskraam beslist de natuur voor jou, en gek gezegd met een goede reden: bij de bevruchting zijn er namelijk ‘fouten’ opgetreden waardoor het vruchtje nooit zal kunnen uitgroeien tot een gezond mens. Daarom stopt jouw lichaam met de zwangerschap en stoot ze het vruchtje af.

Onthoud dit goed: een miskraam is niet te voorkomen. Is de bevruchting wel goed gegaan, dan krijg je geen miskraam. Wil je meer informatie over miskramen? Lees dan eens de folder van de KNOV.