|
Bevalling
Wanneer ga je bevallen?
Het komt maar zelden voor dat je precies op de uitgerekende datum bevalt. De meeste bevallingen vinden plaats tussen de 38ste en 42ste week van de zwangerschap. Vanaf 37 weken mag je gewoon thuis bevallen. Het is verstandig om voor die tijd al het kraampakket in orde te hebben en het bed op klossen te plaatsen (ook als je poliklinisch gaat bevallen). Zet alvast het koffertje met de spulletjes die je meeneemt naar het ziekenhuis klaar.
Plaats van de bevalling
Wanneer je gezond bent, de huidige zwangerschap en eventuele vorige zwangerschappen en bevallingen zonder complicaties verlopen zijn, kun je kiezen om thuis of poliklinisch te bevallen.
Bij een poliklinische bevalling zullen wij gewoon zelf de bevalling begeleiden. Als alles goed verlopen is mogen jullie zo snel mogelijk weer naar huis.
Benodigdheden tijdens de bevalling.
Vaak is het mogelijk om via de zorgverzekering een kraampakket te krijgen, informeer hier even naar voordat je de spullen aanschaft! Mocht je geen kraampakket krijgen dan kun je deze zelf samenstellen. De benodigdheden zijn te koop bij het kraamcentrum, de apotheek of drogist. Hiernaast vindt je de volledige kraamlijst in pdf formaat. Met een pdf viewer kun je de lijst openen en printen.
Een kraampakket bevat het volgende:
- een navelklem
- een afdekzeiltje voor op je matras
- twee grote kraammatrassen
- 5 tot 10 celstofmatjes
- 2 pakken kraamverband
- 2 pakjes kleine steriele gaasjes (“zestientjes”)
Verder zijn voor een thuisbevalling nog nodig:
- bedverhogers, het bed moet op ongeveer 80 cm hoogte komen
- twee emmers en twee vuilniszakken
- een ondersteek of teiltje
- goed licht en een verwarmde ruimte (in de winter)
- min. 10 steriele gazen 10x10 cm
- een tas die klaarstaat voor als je onverhoopt naar het ziekenhuis moet gaan
Benodigdheden voor in de kraamperiode, zowel na een thuisbevalling als na een poliklinische bevalling:
- 6 celstofmatjes
- 2 pakken kraamverband
- een pak watten
- een flesje alcohol (70 %)
- 2 pakjes steriele gaasjes (“zestientjes”)
- desinfecterende zeep
- een thermometer (digitaal)
- een katoenen voedingsbeha (bij borstvoeding, anders een stevige beha liefst zonder beugels)
- bedverhogers
De babyuitzet:
- een katoenen of wollen mutsje
- een goedgekeurde metalen kruik met kruikenzak
- zes hemdjes of rompertjes
- zes truitjes en broekjes
- twee paar sokjes
- zes spuugdoekjes
- luiers (wegwerp of katoenen)
- zes hydrofiele luiers (worden gebruikt om mee af te drogen)
- vier flanellen of molton doeken
- een babybadje, eventueel met standaard
- haarborstel en kammetje
- i.g.v. flesvoeding; twee grote en twee kleine flessen met spenen, een flessenrager en een maatkan met deksel. Ook bij borstvoeding is het handig om een proefpakje flesvoeding en een flesje met speen in huis te hebben.
Koop niet te veel babykleertjes, vaak krijg je de eerste tijd aardig wat kleertjeskado! En het is jammer als niet alles gedragen kan worden...
Wanneer bel je de verloskundige ?
- bij helderrood bloedverlies dat niet slijmerig is en meer dan een maandverband vol
- bij vruchtwaterverlies: is het vruchtwater helder en je ziet het ’s nachts dan kan je wachten met bellen tot de volgende ochtend. Overdag kan je direct bellen
- bij groen of bruin vruchtwater verlies bel je meteen
- bij weeën, ga je voor het eerst bevallen, dan bel je als je een uur regelmatige weeën hebt gehad die iedere drie minuten terug komen en een minuut aanhouden - ben je al eerder bevallen dan bel je ons als je een uur lang regelmatige weeën hebt gehad die iedere vijf minuten terug komen en een minuut aanhouden. Als je al eerder het gevoel hebt dat er iemand langs moet komen mag je natuurlijk ook bellen.
- als je je zorgen maakt
Kraamzorg
Na de bevalling is er de eerste acht dagen een kraamverzorgster bij jullie in huis om te helpen met de verzorging van de baby en het huishouden. Op deze manier worden jullie als kersverse ouders even wat ontlast waardoor jullie volop van jullie baby kunnen genieten en kunnen uitrusten. De kraamverzorgster geeft tips over de borst- of flesvoeding en zorgt dat jullie voldoende geleerd hebben om het daarna allemaal zelf te kunnen. Ook controleert ze moeder en kind.
De verloskundige
Wij komen na de bevalling nog een aantal maal bij je langs om te zien of alles goed gaat jou en de baby. Als er nog vragen zijn kunnen we deze ook meteen beantwoorden. Op deze manier hopen we voor een goede start van het nieuwe gezin te kunnen zorgen. Zes weken na de bevalling kom je voor een nacontrole op de praktijk.
Hielprik
Na de vijfde dag na de geboorte verrichten wij een hielprikje bij de baby. De afnameset wordt bij de geboorteaangifte uitgereikt op het gemeentehuis. Voor het onderzoek zijn 4 druppels bloed van de baby nodig. Het bloed wordt gecontroleerd op 3 aangeboren ziekten. Het gaat hierbij om de aanwezigheid van een stofwisselingsziekte, een ziekte van de bijnier en een ziekte van de schildklier. Snelle opsporing is van groot belang om schade aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van de baby te voorkomen. Deze ziekten zijn bij vroege ontdekking goed te behandelen. Alleen wanneer er een afwijking in het afgenomen bloed wordt gevonden krijg je hierover bericht. Bewaar de witte enveloppe van de afnameset tot 12 weken na de geboorte.
Geboorteaangifte
Het is belangrijk dat binnen drie werkdagen de baby wordt aangegeven op het gemeentehuis van de stad waarin de baby geboren is. De aangifte kan gedaan worden door iemand die bij de bevalling aanwezig is geweest. Hiervoor moet het eigen identiteitsbewijs worden meegenomen en eventueel het trouwboekje. Het is verstandig om samen van te voren even de schrijfwijze van de naam door te nemen, het is lastig om later de gegevens nog te wijzigen.
Het is tegenwoordig mogelijk om zelf te beslissen welke achternaam de baby krijgt, ongeacht of jullie getrouwd zijn of niet. Het is handig om dit tijdens de zwangerschap al even vast te laten leggen op het gemeentehuis. Bij een volgend kind hoeft dit niet meer van te voren geregeld te worden, dit kind krijgt automatisch dezelfde achternaam.
|